De Visser Neerlandia Prijs voor Cultuur

In 2010 kreeg De Roets van het ANV - het Algemeen Nederlands verbond - de Visser Neerlandia Prijs voor Cultuur. Prof. dr. em. Jozef Janssens sprak de laudatio uit.

Dames en Heren, beste Roetsvrienden,
De voorbije jaren ben ik tijdens enkele familiebezoeken in Guatemala tot het nogal verbijsterend inzicht gekomen dat de Vlaamse ontvoogdingsbeweging en de politiek-culturele strijd van de Maya-indianen verrassende parallellen vertonen. Door allerlei initiatieven, onder meer gesteund door Vlaamse ngo's en Fondsen, proberen de Maya's in het reine te komen met een proces van eeuwenlange onderdrukking en miskenning van hun eigenste zijn. Zoals zo vele andere volkeren op de weg naar emancipatie zoeken zij daarbij enthousiast aansluiting bij hun verleden, onderzoeken zij hun collectieve geheugen en herwaarderen zij de betekenis van hun mythische verhalen, van de oeroude symboliek in hun kleurrijke kleding, van hun heiligencultus die onder een katholieke vernislaag vaak nog de pre-Columbiaanse goden vereert. Uit hun geschiedenis, uit hun tradities putten ze energie, vinden ze een diepe zin in het leven als gemeenschap. Eigenlijk deden een aantal 19de-eeuwse, bevlogen studenten, dokters, priesters, leraars, advocaten, journalisten en schrijvers in Vlaanderen niets anders: in een situatie van sociaal-culturele verdrukking gingen zij - dikwijls onbezoldigd - ons verleden en ons culturele patrimonium bestuderen en wilden ze dit beschikbaar stellen met de dwingende oproep, die in 1838 vurig weerklonk: Gij, Vlaming, overweeg wat Vlaanderen eertijds was, - wat het nu is, - en nog meer wat het worden zal, indien gij de heilige voorbeelden uwer vaderen vergeet!

We zullen ons vandaag de dag niet gauw meer in deze pathetisch-romantische bewoordingen uitdrukken, we zijn tegenover ons verleden zakelijker en kritischer geworden, maar we kunnen niet om de vaststelling heen dat het deze "Markanten" waren die de twee voorbije eeuwen Vlamingen opnieuw een gevoelen van trots hebben geschonken, een eigenwaarde die energie en zelfvertrouwen geeft om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken.

Het is binnen deze geëngageerde traditie dat ik Herman Brijssinck en de vele vrijwillige medewerkers van De Roets wil situeren. En ik vind dat prachtig samengebald in de memoblaadjes, waarin hun project ongecomplexeerd wordt gedefinieerd als "Vlaanderens geheugen". De luchtige weekkalender wil inderdaad Vlamingen laagdrempelig bewust maken van hun dikwijls bewogen geschiedenis, van de vele markante figuren en plekken uit het rijke Vlaamse leven. De Roetsmissie is: mensen laten delen in het prikkelende en het verrassende van onze roots, in het boeiende van onze geschiedenis. Niet enkel om de toenemende gaten in onze culturele bagage te dichten - dat ook -, maar om ons te laten inspireren door de illustere, maar ook door de meer alledaagse voorbeelden van vroeger. Of om gewaarschuwd, niet in de valkuilen van het verleden te struikelen. En dat alles om met zelfvertrouwen en enthousiasme te ijveren voor een betere Vlaamse samenleving.

Een valkuil die De Roets daarbij al vijf jaar systematisch probeert te vermijden is die van het inperkende chauvinisme, de arrogante zelfvoldaanheid of de agressieve beklemtoning van het eigen gelijk. Vlaanderens geheugen bevat immers niet enkel illustere goedheid en schoonheid. Naast het Heilig Paterke van Hasselt, pater Damiaan of priester Daens omvatten onze gemeenschappelijke herinneringen ook de Bokkenrijders, de Limburgse uitvinders van de tigerkidnapping, of de bende van Bakelandt, de Vlaamse uitvinder van de gewelddadige homejacking. En in niet eens zo verborgen kamers van ons Vlaamse geheugen wemelt het van de scabreuze grappen, pikante voorstellingen, satirische waarschuwingen of gewoon burleske humor, zoals duidelijk wordt in dat weergaloze meesterwerk van dubbelzinnigheid uit de Nederlandse literatuur, Van den vos Reynaerde, of in de fallusafbeeldingen op de tinnen bedevaartsinsignes uit de niet zo vrome middeleeuwen. Ik ben ook bijzonder gelukkig met de ruime selectie van markante personen, plaatsen en gebeurtenissen. Zowel de Franstalige Brusselaar Charles de Coster met zijn Uilenspiegel als onze eerste Nederlandse dichter, Hendrik van Veldeke, met zijn Duitse Eneasroman, bejubeld door de groten uit de Middelhoogduitse literatuur.


Zowel een conservatief denkende, maar onovertroffen dichter als Guido Gezelle als de revolutionaire scheutist Serge Berten, die zijn leven gaf in de strijd voor de allerarmsten. Zowel de grote intellectueel Piet de Somer, de gedreven onderzoeker Paul Janssen of de rusteloze denker Max Wildiers als de Flandrien Briek Schotte, de zoon van een potige West-Vlaamse keuterboer, of de als "ons Moe" immens populaire Ann Petersen. Zowel de zogenaamd “hoge kunst” naast de kunst met een kleinere k: Pieter Brueghel met zijn Dulle Griet naast Karel Biddeloo, die het lot van de Rode Ridder verbond met de schaars geklede fee Galaxa. In de Roets komen bovendien verleden en heden probleemloos samen: naast de mystica Beatrijs van Nazareth vindt men er onze veel te vroeg overleden filosofe Patricia de Martelaere; naast Philippus de Monte Robert Mosuse, naast de dichter van het Egidiuslied Herman de Coninck. Dit resulteert in een prachtig geschakeerd beeld van een waarlijk "open Vlaanderen", een huis met vele kamers, waarin vele opinies, verschillende gezindheden en diverse culturen vreedzaam en respectvol kunnen samen leven.

De eisen die aan de Roetsbijdragen zijn gesteld zijn ook navenant: ze moeten breed toegankelijk zijn en vooral boeiend. Geen saaie encyclopedische overzichten, geen hoogdravende betogen maar verrassende invalshoeken, significante anekdotes, plezierige weetjes, vlotte schrijfsels. En dat zijn beslist, anders dan vaak wordt gedacht in serieuze wetenschappelijke cenakels, geen vieze woorden. Wetenschap op niveau met de stijlvlotheid en toegankelijkheidsgraad van Dag Allemaal: dat is de betrachting. Natuurlijk bestaat er een permanente spanning tussen popularisering en wetenschappelijkheid. Maar het is een spijtige evolutie in het Vlaamse wetenschapsbeleid om onderzoekers exclusief te quoteren op hun internationale bijdragen in A-reviewed tijdschriften of Engelse boeken die hoog specialistisch in dialoog treden met hun buitenlandse vakgenoten. Bijdragen naar een breed publiek, bijscholingsactiviteiten, volwassenenvorming worden in het wetenschappelijk milieu nauwelijks gewaardeerd; een bijdrage aan De Roets levert op de universitaire scorekaart een quotering op van 0,0; een boek uitgegeven bij het Davidsfonds wordt vaak niet meegerekend bij de evaluatie van een wetenschappelijk curriculum. Alsof degelijke popularisering niet stoelt op uitmuntende expertise? Alsof wetenschappers ook niet een verantwoordelijkheid van kennisoverdracht hebben tegenover de subsidiërende gemeenschap? We hebben jarenlang gepleit voor maatschappelijk verankerde wetenschapsmensen: dreigen we de wetenschap niet opnieuw te isoleren in de ivoren torens van internationaal prestige? Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat we niet zouden moeten meespelen in het internationale onderzoekcircuit, zeker niet: we moeten het ene én het andere doen en beide aspecten moeten fatsoenlijk worden gevaloriseerd. Maar de discussie hieromtrent zal De Roets er niet van weerhouden om in de toekomst nog meer boeiende, prettig gebrachte wetenschap op niveau te brengen, volgens de laatste stand van het onderzoek. En daarvoor verdient het hele project terecht de Visser Neerlandia Prijs. Dat de bedenker en bezieler ervan het prestige van deze prijs met alle medewerkers wilde delen - meer nog: zich bescheiden achter de vlag van de Roetscollectiviteit wilde opstellen - verdient ons grootste respect.

Iemand die ik oprecht bewonder en die binnenkort in de rij van markante Vlamingen zal worden opgenomen is de dominicaner theoloog Edward Schillebeeckx, vorig jaar, enkele dagen voor Kerstmis, gestorven. Bij de viering van zijn 90ste verjaardag bedankte hij alle medewerkers aan het hem aangeboden huldeboek met de woorden van onze grootste middeleeuwse dichteres Hadewijch, die de strofen van haar eerste lied telkens besluit met de woorden: Ay vale, vale millies, si dixero non satis est! (dank, dank, heil, heil, als ik het duizendmaal zou zeggen, zou het nog niet genoeg zijn). Deze woorden van onze Brabantse mystica wens ik Herman en de vele medewerkers uit de grond van mijn hart toe: mijn en onze welgemeende dank. En, zo eindigde Schillebeeckx zijn toespraak, zoals Vlamingen al vanaf de middeleeuwen zeggen: Vaert wel ende levet scone!


© 2016 - De Roets